SINE AANGIFTEN RICHTLIJNEN SOCIALE MARIBEL VIA-SUBSIDIES
  1. DE SOCIALE MARIBELFUNCTIE

  1. De werknemer

    1. Modaliteiten :

      1. Er zijn geen diploma- noch werkloosheidsvoorwaarden voor de aan te werven werknemers.

      2. De loon- en arbeidsvoorwaarden moeten overeenstemmen met de voorwaarden voor een gelijkaardige functie bij dezelfde werkgever.

      3. De werknemer kan niet voor minder uren tewerkgesteld worden dan het urenpakket erkend door het fonds, tenzij bij vervangingscontracten wegens een (gedeeltelijke) schorsing van het contract van de titularis. Enkel bij uitdiensttreding van de titularis kan de vervanger niet voor minder uren tewerkgesteld worden. De werkgever mag wel extra uren toevoegen (zelf te betalen).

      4. Er is een verbod op dubbele financiering voor het urenpakket van de erkende functie door middel van andere subsidies of verminderingen van bijdragen Sociale Zekerheid, andere tewerkstellingsmaatregelen, enz.  (te bewijzen via een  “verklaring op eer”).

      5. Een verklaring op eer dient afgeleverd te worden voor :
        • elke nieuwe aanwerving, al dan niet als titularis  (zie ook III. 1. c.)
        • een reeds in dienst zijnde werknemer met uitbreiding van uren

    2. Het arbeidscontract :

      1. Het arbeidscontract is van onbepaalde duur en vermeldt het arbeidsvolume, de plaats van tewerkstelling en de naam van de werkgever.

      2. Het contract moet aan alle wettelijke voorwaarden voldoen met onder meer de vermelding van het brutomaandloon, de indiensttredingsdatum, de tewerkstellingsbreuk en de uurregeling bij deeltijds werkenden.

      3. Arbeidscontracten die niet aan de opgesomde voorwaarden voldoen of tewerkstellingen die niet overeenstemmen met de toekenning, worden door het fonds geweigerd.

  2. De titularis

    1. Volledige uitdiensttreding :

      1. Bij volledige uitdiensttreding van de titularis dient de werkgever het fonds binnen de 14 dagen  een kopie van de C4 van de uitdienstgaande titularis te bezorgen (enkel 1e en 2e pagina). De uitdiensttredingsdatum is de laatste gesubsidieerde dag van de titularis.

      2. Bij wijziging van het werknemersstatuut (bijv. titularis wordt gesco) moet de werknemer de sociale maribelfunctie verlaten. De werkgever bezorgt het fonds een door de verantwoordelijke instantie ondertekend bewijs (bijv. individuele fiche gesco van het VSAWSE).

      3. De titularis kan de sociale maribelfunctie verlaten zonder (onmiddellijke) aanleiding : bijv. de titularis gaat over enige tijd (bijv. 6 maand) in pensioen, maar de werkgever wil zo snel als mogelijk een nieuwe werknemer in voornoemde functie laten starten. De vervanging dient te gebeuren conform de richtlijnen. De datum van aanvraag geldt als activatiepunt van de tijdsvork van 9 maanden (zie III. 1. b)

    2. Gedeeltelijke uitdiensttreding :

      Bij gedeeltelijke uitdiensttreding van de titularis (bv afbouw van het arbeidsvolume wegens start bij nieuwe werkgever) dient de werkgever het fonds binnen de 14 dagen een kopie van de C4 (motivatie: bv. vermindering van uren) te bezorgen (enkel 1e en 2e pagina) of, indien de C4 niet wordt afgeleverd door het sociaal secretariaat van de werkgever, een addendum van het oorspronkelijke werknemerscontract waarin de wijziging van het arbeidsregime duidelijk omschreven wordt. De uitdiensttredingsdatum is de laatste gesubsidieerde dag van het oorspronkelijke urenpakket van de titularis.

    3. Schorsing van het werknemerscontract :

      1. Bij schorsing van een erkende functie of een deel ervan moet er niet noodzakelijk een vervanging zijn. Dit gedeelte wordt on hold geplaatst totdat de titularis terugkeert of de werkgever toch besluit de opgeschorte erkenning in te vullen door een vervanger. Alleen bij een definitieve schrapping van (een deel van) de erkende functie door uitdiensttreding of afbouw van het arbeidsvolume van de titularis, dient de vacante functie of het gedeelte ervan ingevuld te worden.

      2. De werkgever dient  een vervangingscontract af te sluiten bij nieuwe aanwerving of een addendum op te maken aansluitend bij het bestaande werknemerscontract bij interne vervanging.

      3. Het werknemerscontract van de titularis kan volledig of gedeeltelijk geschorst worden  door bijv. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, tijdskrediet, zwangerschapsverlof, loopbaanonderbreking, …), m.a.w. periodes van geheel of gedeeltelijke onbezoldigde afwezigheid bepaald door de arbeidswetgeving.

      4. Enkel de periodes van schorsing die een loonkost voor de werkgever met zich meebrengt, worden vergoed door het fonds. Van zodra de werkgever de werknemer tijdens een periode van schorsing niet meer betaalt, vervalt ook de subsidie van het fonds (bijv. ziektedagen buiten gewaarborgd loon). Indien de loonkost tijdens perioden van schorsing door de werkgever op derden kan verhaald worden, wordt deze kost door het fonds niet betoelaagd (bijv. educatief verlof, arbeidsongevallenverzekering).


  3. De vervanger

      1. Nieuwe aanwerving of uitbreiding van uren :

        1. De invulling van een (deels) vacante sociale maribelfunctie dient te gebeuren door het aanwerven van een nieuwe werknemer of door uitbreiding van uren van een werknemer die reeds deeltijds in dienst is.

        2. De werkgever beschikt over een tijdsvork van 9 maanden om de vacante functie in te vullen, nl. 3 maanden vóór en 6 maanden na de uitdiensttredingsdatum van de titularis.

        3. Het is mogelijk een werknemer die aangeworven is buiten de tijdsvork van 9 maanden, titularis van een sociale maribelfunctie te maken onder volgende voorwaarde. Dit kan enkel indien de werkgever een andere nieuwe werknemer aanwerft binnen de tijdsvork, voor minstens het urenpakket van de (te vervangen) erkende functie. Deze nieuwe werknemer wordt dus in dit geval niet de nieuwe titularis van de sociale maribelfunctie, maar hij/zij dient wel te beantwoorden aan de modaliteiten als werknemer in een sociale maribelfunctie zoals beschreven in “ I. De werknemer”.

      2. Geen verlenging van aanwervingsperiode :

        In geen geval kan er een verlenging van de aanwervingsperiode aangevraagd worden. Is de functie binnen de door het fonds opgelegde periode (zie punt III. 1. b.) niet ingevuld, wordt de functie geschrapt. Een aanvraag voor functiewijziging tijdens de tijdsvork van 9 maanden verlengt de periode van aanwerving niet.


  4. Functiewijziging

    Wanneer de werkgever om uiteenlopende redenen niemand kan aanwerven conform de toegekende functie, is een functiewijziging mogelijk.

    Een functiewijziging van een erkende sociale maribelfunctie kan op twee manieren gebeuren :

    1. Via het sociaal overlegorgaan binnen de organisatie (ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk, syndicale afvaardiging). De werkgever dient een door de werkgevers- en werknemersafvaardiging ondertekende kopie van het verslag met de besluitvorming en goedkeuring van de functiewijziging aan het fonds te bezorgen binnen de drie maanden te rekenen vanaf de datum van melding van de functiewijziging aan het fonds.

    2. Bij ontstentenis van een sociaal overlegorgaan dient de werkgever,via een gemotiveerd schrijven, de functiewijziging voor te leggen aan de Raad van Bestuur van het fonds ter agendering. De Raad van Bestuur beslist over de aanvraag.

  5. De subsidie

    1. De wijze van subsidiëring

      1. De bedragen vermeld in wat volgt zijn van toepassing vanaf 01/07/2008. Er is geen automatisch indexeringsmechanisme. Het fonds voor bestaanszekerheid SW beslist over eventuele aanpassingen van de vermelde bedragen (voorschotten en subsidieplafond).

      2. Het fonds betaalt maandelijks voorschotten en eenmaal per jaar een saldo. De voorschotten worden gestort rond de laatste werkdag van de maand. Het saldo wordt na berekening ofwel teruggevorderd door het fonds ofwel betaald aan de sociale werkplaats rond juni van het kalenderjaar N+1 volgend op het jaar N.

    2. De maxima :

      Een voorschot bestaat uit het bruto maandloon van de werknemer vermeerderd met een forfait van 33% voor de werkgeversbijdragen, en geplafonneerd tot 2.785,33 € per maand voor een voltijdse functie (pro rata voor een deeltijdse). De totale betoelaging wordt berekend aan de hand van de werkelijke loonkosten, die de werkgever opgeeft via de trimestriële prestatiestaat, en rekening houdend met een subsidieplafond van 33.423,96 € op jaarbasis per voltijds erkende functie (1.00 VTE) of de toepasselijke pro rata daarvan.

    3. De pro rata :

      1. De pro rataberekening van het subsidieplafond is gebaseerd op :

        • het erkenningsvolume (TwF) van het fonds (bv. erkenning van 0.6 VTE)
        • de tewerkstellingsprestaties van de werknemer (ziekte, tijdskrediet, …)

        Voorbeeld 1 :
        • Functie X heeft een TwF van 0.60 VTE.
          Volledige prestaties
        • De tewerkstellingsbreuk (TwB) bedraagt 38/38.

        • Het maximum bedraagt : 33.423,96 * 0.60 = 20.054,38 €.

        Voorbeeld 2 :
        • Functie X heeft een TwF van 0.60 VTE.
          De TwB bedraagt 38/38.
          De werknemer heeft 2 maanden ouderschapsverlof opgenomen.

        • Het maximum bedraagt : (33.423,96*0.60) * 10/12 =16.711,98 €.

        Als de werkelijke loonkosten lager zijn dan het berekende subsidieplafond, worden de loonkosten integraal vergoed door het fonds. Bij hogere loonkosten betaalt het fonds enkel het berekend subsidieplafond. De overige loonkosten zijn ten laste van de werkgever.

      2. Aard van de in te brengen kosten :
        In de tegemoetkoming zijn in ieder geval begrepen : brutomaandloon inclusief haard-en standplaatsvergoeding, toeslagen voor onregelmatige prestaties, alle vergoedingen waarop RSZ verschuldigd is krachtens CAO zoals eindejaarspremie, feestdag na uitdiensttreding indien hij betaald is, RSZ werkgever, belastbare vergoedingen krachtens wet of CAO waarop geen RSZ verschuldigd is zoals vakantiegeld, vergoeding 3de dag 4de vakantieweek, vertrekvakantiegeld, tussenkomst sociaal abonnement, maaltijdcheques. De loonkostopgave wordt op eer van de werkgever of zijn sociaal secretariaat aanvaard. Terugbetalingen van loonkosten die de werkgever op derden kan verhalen, bijvoorbeeld betaald educatief verlof, tussenkomst arbeidsongevallenverzekering, worden niet betoelaagd. 

  6. Evolutie in de tewerkstelling

    Wie geniet van Sociale Maribel, onderschrijft het principe dat de Sociale Maribel bijkomende tewerkstelling is, toegevoegd aan de bestaande personeelsequipe.

    De werkgever engageert zich dan ook tot een evenredige aangroei van zijn werknemersaantal en het volume arbeidstijd, in vergelijking met het aantal jobs en het totaal arbeidsvolume van de toekenning Sociale Maribel. Bijvoorbeeld: een halftijdse toekenning betekent 1 persoon extra in dienst en 0,5 voltijds equivalent meer arbeidsvolume.

    Uitzondering: wanneer een deeltijdse werknemer die reeds in dienst was bij de werkgever, extra uren presteert via Sociale Maribel, zal er geen extra persoon aangeworven worden. Enkel de toename van het arbeidsvolume zal aantoonbaar zijn.

    Voorheen werd de evolutie in de tewerkstelling bij sociale werkplaatsen (SW) gemeten aan de hand van een nulmeting vanaf het jaar waarop de eerste sociale maribelmiddelen in de sector SW geïnjecteerd werden (eind jaren negentig van de vorige eeuw). Daar het werknemersaantal in de sector SW de laatste 10 jaar dermate gestegen is door verschillende uitbreidingsrondes, is een verwijzing naar voornoemd refertejaar nog weinig zinvol en wordt deze dan ook vervangen door een nieuw refertejaar.

    Vanaf 1 januari 2011 wordt er door het fonds voor bestaanszekerheid SW een nieuwe nulmeting opgestart aan de hand van de erkende voltijds equivalente (VTE) doelgroepwerknemers.. Om het juiste aantal VTE te registreren zal het fonds beroep doen op een jaarlijkse lijst afgeleverd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie (VSAWSE). Het door het VSAWSE geregistreerd aantal VTE zal door het fonds aan de werkgevers jaarlijks gecommuniceerd worden.

    Indien er een daling van het werknemersaantal wordt geconstateerd, kan de sociale werkplaats in kwestie uitleg verschaffen aan de Raad van Bestuur van het fonds teneinde de daling te verklaren en zo een eventuele sanctie op de erkende gesubsidieerde functies te vermijden.

    Werkgevers die hun werknemersaantal en/of arbeidsvolume niet (kunnen) handhaven, dienen het fonds hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen.


  7. Vlot dossier, vlotte subsidie

    Om de sociale maribeldossiers vlot en accuraat te kunnen beheren en eventuele sancties op de subsidiëring te vermijden, vraagt het fonds voor bestaanszekerheid SW de werkgevers de nodige aandacht te schenken aan volgende zaken :

    1. Geen enkel document gericht aan het fonds voor bestaanszekerheid SW dient aangetekend verstuurd te worden.

    2. De werkgever kan geen vervanging van de titularis doen zonder goedkeuring van het fonds. Indien de werkgever een vervanging uitvoert en pas later het fonds daarvan op de hoogte brengt via brief of mail, wordt de periode voorafgaand aan de (eventuele) goedkeuring van het fonds niet gesubsidieerd. Na goedkeuring start de subsidie op postdatum van de brief of op datum van de toegestuurde mail. Volgt er geen goedkeuring wordt de subsidie voor de vervanger niet geactiveerd.

    3. Fundamentele wijzigingen die mogelijk een weerslag kunnen hebben op de toekenning, zoals fusie, splitsing of ontbinding van een organisatie, overheveling van personeel tussen organisaties, verandering van paritair comité, vermindering van het aantal werknemers dienen schriftelijk gemeld te worden aan de Raad van Bestuur van het fonds die in dit geval zal oordelen over de gevolgen voor de toekenning.

    4. De werkgever meldt onmiddellijk via mail :
      • uitdiensttreding van de titularis.
      • belangrijke afwijkingen in de prestatielijn van de titularis zoals periodes van onbezoldigde afwezigheid al dan niet vergoed door derden (startdatum ziekte buiten gewaarborgd loon, arbeidsongeval, loopbaanonderbreking, tijdskrediet, …), vermindering van uren (afbouw van het arbeidsvolume), … .
      • relevante wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van het betoelaagde personeelslid (tewerkstellingsbreuk, functie, aard van het contract, …?).
      • elke adreswijziging of wijziging van het bankrekeningnummer van de werkgever.
      • eventuele fouten in het gegevensbeheer of de betalingen verricht door het fonds, zodat de nodige correcties aangebracht kunnen worden.


    5. De werkgever bezorgt de door het fonds gevraagde informatie en/of documenten (bijv. C4, werknemerscontract, tewerkstellingsgegevens, …) m.b.t. de correcte administratieve opvolging van hun dossier binnen de 14 dagen. Indien de info en/of documenten niet op tijd binnen zijn, worden de voorschotten stopgezet totdat het dossier volledig is.

    6. De indieningsdatum van de trimestriële en semestriële prestatiestaten staat vermeld op het document zelf. De trimestriële prestatiestaten worden om de 3 maand opgestuurd, de semestriële prestatiestaat om de 6 maand.

    7. Indien de werkgever aan het fonds ondertekende documenten kan bezorgen via mail (scan) of fax, is het niet meer nodig dezelfde documenten nog eens via de post te bezorgen.


  1. DE SOCIALE MARIBELFUNCTIE

  1. De werknemer

    1. Modaliteiten :

      1. Er zijn geen diploma- noch werkloosheidsvoorwaarden voor de aan te werven werknemers.

      2. De loon- en arbeidsvoorwaarden moeten overeenstemmen met de voorwaarden voor een gelijkaardige functie bij dezelfde werkgever.

      3. De werknemer kan niet voor minder uren tewerkgesteld worden dan het urenpakket erkend door het fonds, tenzij bij vervangingscontracten wegens een (gedeeltelijke) schorsing van het contract van de titularis. Enkel bij uitdiensttreding van de titularis kan de vervanger niet voor minder uren tewerkgesteld worden. De werkgever mag wel extra uren toevoegen (zelf te betalen).

      4. Er is een verbod op dubbele financiering voor het urenpakket van de erkende functie door middel van andere subsidies of verminderingen van bijdragen Sociale Zekerheid, andere tewerkstellingsmaatregelen, enz.  (te bewijzen via een  “verklaring op eer”).

      5. Een verklaring op eer dient afgeleverd te worden voor :
        • elke nieuwe aanwerving, al dan niet als titularis  (zie ook III. 1. c.)
        • een reeds in dienst zijnde werknemer met uitbreiding van uren

    2. Het arbeidscontract :

      1. Het arbeidscontract is van onbepaalde duur en vermeldt het arbeidsvolume, de plaats van tewerkstelling en de naam van de werkgever.

      2. Het contract moet aan alle wettelijke voorwaarden voldoen met onder meer de vermelding van het brutomaandloon, de indiensttredingsdatum, de tewerkstellingsbreuk en de uurregeling bij deeltijds werkenden.

      3. Arbeidscontracten die niet aan de opgesomde voorwaarden voldoen of tewerkstellingen die niet overeenstemmen met de toekenning, worden door het fonds geweigerd.

  2. De titularis

    1. Volledige uitdiensttreding :

      1. Bij volledige uitdiensttreding van de titularis dient de werkgever het fonds binnen de 14 dagen  een kopie van de C4 van de uitdienstgaande titularis te bezorgen (enkel 1e en 2e pagina). De uitdiensttredingsdatum is de laatste gesubsidieerde dag van de titularis.

      2. Bij wijziging van het werknemersstatuut (bijv. titularis wordt gesco) moet de werknemer de sociale maribelfunctie verlaten. De werkgever bezorgt het fonds een door de verantwoordelijke instantie ondertekend bewijs (bijv. individuele fiche gesco van het VSAWSE).

      3. De titularis kan de sociale maribelfunctie verlaten zonder (onmiddellijke) aanleiding : bijv. de titularis gaat over enige tijd (bijv. 6 maand) in pensioen, maar de werkgever wil zo snel als mogelijk een nieuwe werknemer in voornoemde functie laten starten. De vervanging dient te gebeuren conform de richtlijnen. De datum van aanvraag geldt als activatiepunt van de tijdsvork van 9 maanden (zie III. 1. b)

    2. Gedeeltelijke uitdiensttreding :

      Bij gedeeltelijke uitdiensttreding van de titularis (bv afbouw van het arbeidsvolume wegens start bij nieuwe werkgever) dient de werkgever het fonds binnen de 14 dagen een kopie van de C4 (motivatie: bv. vermindering van uren) te bezorgen (enkel 1e en 2e pagina) of, indien de C4 niet wordt afgeleverd door het sociaal secretariaat van de werkgever, een addendum van het oorspronkelijke werknemerscontract waarin de wijziging van het arbeidsregime duidelijk omschreven wordt. De uitdiensttredingsdatum is de laatste gesubsidieerde dag van het oorspronkelijke urenpakket van de titularis.

    3. Schorsing van het werknemerscontract :

      1. Bij schorsing van een erkende functie of een deel ervan moet er niet noodzakelijk een vervanging zijn. Dit gedeelte wordt on hold geplaatst totdat de titularis terugkeert of de werkgever toch besluit de opgeschorte erkenning in te vullen door een vervanger. Alleen bij een definitieve schrapping van (een deel van) de erkende functie door uitdiensttreding of afbouw van het arbeidsvolume van de titularis, dient de vacante functie of het gedeelte ervan ingevuld te worden.

      2. De werkgever dient  een vervangingscontract af te sluiten bij nieuwe aanwerving of een addendum op te maken aansluitend bij het bestaande werknemerscontract bij interne vervanging.

      3. Het werknemerscontract van de titularis kan volledig of gedeeltelijk geschorst worden  door bijv. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, tijdskrediet, zwangerschapsverlof, loopbaanonderbreking, …), m.a.w. periodes van geheel of gedeeltelijke onbezoldigde afwezigheid bepaald door de arbeidswetgeving.

      4. Enkel de periodes van schorsing die een loonkost voor de werkgever met zich meebrengt, worden vergoed door het fonds. Van zodra de werkgever de werknemer tijdens een periode van schorsing niet meer betaalt, vervalt ook de subsidie van het fonds (bijv. ziektedagen buiten gewaarborgd loon). Indien de loonkost tijdens perioden van schorsing door de werkgever op derden kan verhaald worden, wordt deze kost door het fonds niet betoelaagd (bijv. educatief verlof, arbeidsongevallenverzekering).


  3. De vervanger

      1. Nieuwe aanwerving of uitbreiding van uren :

        1. De invulling van een (deels) vacante sociale maribelfunctie dient te gebeuren door het aanwerven van een nieuwe werknemer of door uitbreiding van uren van een werknemer die reeds deeltijds in dienst is.

        2. De werkgever beschikt over een tijdsvork van 9 maanden om de vacante functie in te vullen, nl. 3 maanden vóór en 6 maanden na de uitdiensttredingsdatum van de titularis.

        3. Het is mogelijk een werknemer die aangeworven is buiten de tijdsvork van 9 maanden, titularis van een sociale maribelfunctie te maken onder volgende voorwaarde. Dit kan enkel indien de werkgever een andere nieuwe werknemer aanwerft binnen de tijdsvork, voor minstens het urenpakket van de (te vervangen) erkende functie. Deze nieuwe werknemer wordt dus in dit geval niet de nieuwe titularis van de sociale maribelfunctie, maar hij/zij dient wel te beantwoorden aan de modaliteiten als werknemer in een sociale maribelfunctie zoals beschreven in “ I. De werknemer”.

      2. Geen verlenging van aanwervingsperiode :

        In geen geval kan er een verlenging van de aanwervingsperiode aangevraagd worden. Is de functie binnen de door het fonds opgelegde periode (zie punt III. 1. b.) niet ingevuld, wordt de functie geschrapt. Een aanvraag voor functiewijziging tijdens de tijdsvork van 9 maanden verlengt de periode van aanwerving niet.


  4. Functiewijziging

    Wanneer de werkgever om uiteenlopende redenen niemand kan aanwerven conform de toegekende functie, is een functiewijziging mogelijk.

    Een functiewijziging van een erkende sociale maribelfunctie kan op twee manieren gebeuren :

    1. Via het sociaal overlegorgaan binnen de organisatie (ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk, syndicale afvaardiging). De werkgever dient een door de werkgevers- en werknemersafvaardiging ondertekende kopie van het verslag met de besluitvorming en goedkeuring van de functiewijziging aan het fonds te bezorgen binnen de drie maanden te rekenen vanaf de datum van melding van de functiewijziging aan het fonds.

    2. Bij ontstentenis van een sociaal overlegorgaan dient de werkgever,via een gemotiveerd schrijven, de functiewijziging voor te leggen aan de Raad van Bestuur van het fonds ter agendering. De Raad van Bestuur beslist over de aanvraag.

  5. De subsidie

    1. De wijze van subsidiëring

      1. De bedragen vermeld in wat volgt zijn van toepassing vanaf 01/07/2008. Er is geen automatisch indexeringsmechanisme. Het fonds voor bestaanszekerheid SW beslist over eventuele aanpassingen van de vermelde bedragen (voorschotten en subsidieplafond).

      2. Het fonds betaalt maandelijks voorschotten en eenmaal per jaar een saldo. De voorschotten worden gestort rond de laatste werkdag van de maand. Het saldo wordt na berekening ofwel teruggevorderd door het fonds ofwel betaald aan de sociale werkplaats rond juni van het kalenderjaar N+1 volgend op het jaar N.

    2. De maxima :

      Een voorschot bestaat uit het bruto maandloon van de werknemer vermeerderd met een forfait van 33% voor de werkgeversbijdragen, en geplafonneerd tot 2.785,33 € per maand voor een voltijdse functie (pro rata voor een deeltijdse). De totale betoelaging wordt berekend aan de hand van de werkelijke loonkosten, die de werkgever opgeeft via de trimestriële prestatiestaat, en rekening houdend met een subsidieplafond van 33.423,96 € op jaarbasis per voltijds erkende functie (1.00 VTE) of de toepasselijke pro rata daarvan.

    3. De pro rata :

      1. De pro rataberekening van het subsidieplafond is gebaseerd op :

        • het erkenningsvolume (TwF) van het fonds (bv. erkenning van 0.6 VTE)
        • de tewerkstellingsprestaties van de werknemer (ziekte, tijdskrediet, …)

        Voorbeeld 1 :
        • Functie X heeft een TwF van 0.60 VTE.
          Volledige prestaties
        • De tewerkstellingsbreuk (TwB) bedraagt 38/38.

        • Het maximum bedraagt : 33.423,96 * 0.60 = 20.054,38 €.

        Voorbeeld 2 :
        • Functie X heeft een TwF van 0.60 VTE.
          De TwB bedraagt 38/38.
          De werknemer heeft 2 maanden ouderschapsverlof opgenomen.

        • Het maximum bedraagt : (33.423,96*0.60) * 10/12 =16.711,98 €.

        Als de werkelijke loonkosten lager zijn dan het berekende subsidieplafond, worden de loonkosten integraal vergoed door het fonds. Bij hogere loonkosten betaalt het fonds enkel het berekend subsidieplafond. De overige loonkosten zijn ten laste van de werkgever.

      2. Aard van de in te brengen kosten :
        In de tegemoetkoming zijn in ieder geval begrepen : brutomaandloon inclusief haard-en standplaatsvergoeding, toeslagen voor onregelmatige prestaties, alle vergoedingen waarop RSZ verschuldigd is krachtens CAO zoals eindejaarspremie, feestdag na uitdiensttreding indien hij betaald is, RSZ werkgever, belastbare vergoedingen krachtens wet of CAO waarop geen RSZ verschuldigd is zoals vakantiegeld, vergoeding 3de dag 4de vakantieweek, vertrekvakantiegeld, tussenkomst sociaal abonnement, maaltijdcheques. De loonkostopgave wordt op eer van de werkgever of zijn sociaal secretariaat aanvaard. Terugbetalingen van loonkosten die de werkgever op derden kan verhalen, bijvoorbeeld betaald educatief verlof, tussenkomst arbeidsongevallenverzekering, worden niet betoelaagd. 

  6. Evolutie in de tewerkstelling

    Wie geniet van Sociale Maribel, onderschrijft het principe dat de Sociale Maribel bijkomende tewerkstelling is, toegevoegd aan de bestaande personeelsequipe.

    De werkgever engageert zich dan ook tot een evenredige aangroei van zijn werknemersaantal en het volume arbeidstijd, in vergelijking met het aantal jobs en het totaal arbeidsvolume van de toekenning Sociale Maribel. Bijvoorbeeld: een halftijdse toekenning betekent 1 persoon extra in dienst en 0,5 voltijds equivalent meer arbeidsvolume.

    Uitzondering: wanneer een deeltijdse werknemer die reeds in dienst was bij de werkgever, extra uren presteert via Sociale Maribel, zal er geen extra persoon aangeworven worden. Enkel de toename van het arbeidsvolume zal aantoonbaar zijn.

    Voorheen werd de evolutie in de tewerkstelling bij sociale werkplaatsen (SW) gemeten aan de hand van een nulmeting vanaf het jaar waarop de eerste sociale maribelmiddelen in de sector SW geïnjecteerd werden (eind jaren negentig van de vorige eeuw). Daar het werknemersaantal in de sector SW de laatste 10 jaar dermate gestegen is door verschillende uitbreidingsrondes, is een verwijzing naar voornoemd refertejaar nog weinig zinvol en wordt deze dan ook vervangen door een nieuw refertejaar.

    Vanaf 1 januari 2011 wordt er door het fonds voor bestaanszekerheid SW een nieuwe nulmeting opgestart aan de hand van de erkende voltijds equivalente (VTE) doelgroepwerknemers.. Om het juiste aantal VTE te registreren zal het fonds beroep doen op een jaarlijkse lijst afgeleverd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie (VSAWSE). Het door het VSAWSE geregistreerd aantal VTE zal door het fonds aan de werkgevers jaarlijks gecommuniceerd worden.

    Indien er een daling van het werknemersaantal wordt geconstateerd, kan de sociale werkplaats in kwestie uitleg verschaffen aan de Raad van Bestuur van het fonds teneinde de daling te verklaren en zo een eventuele sanctie op de erkende gesubsidieerde functies te vermijden.

    Werkgevers die hun werknemersaantal en/of arbeidsvolume niet (kunnen) handhaven, dienen het fonds hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen.


  7. Vlot dossier, vlotte subsidie

    Om de sociale maribeldossiers vlot en accuraat te kunnen beheren en eventuele sancties op de subsidiëring te vermijden, vraagt het fonds voor bestaanszekerheid SW de werkgevers de nodige aandacht te schenken aan volgende zaken :

    1. Geen enkel document gericht aan het fonds voor bestaanszekerheid SW dient aangetekend verstuurd te worden.

    2. De werkgever kan geen vervanging van de titularis doen zonder goedkeuring van het fonds. Indien de werkgever een vervanging uitvoert en pas later het fonds daarvan op de hoogte brengt via brief of mail, wordt de periode voorafgaand aan de (eventuele) goedkeuring van het fonds niet gesubsidieerd. Na goedkeuring start de subsidie op postdatum van de brief of op datum van de toegestuurde mail. Volgt er geen goedkeuring wordt de subsidie voor de vervanger niet geactiveerd.

    3. Fundamentele wijzigingen die mogelijk een weerslag kunnen hebben op de toekenning, zoals fusie, splitsing of ontbinding van een organisatie, overheveling van personeel tussen organisaties, verandering van paritair comité, vermindering van het aantal werknemers dienen schriftelijk gemeld te worden aan de Raad van Bestuur van het fonds die in dit geval zal oordelen over de gevolgen voor de toekenning.

    4. De werkgever meldt onmiddellijk via mail :
      • uitdiensttreding van de titularis.
      • belangrijke afwijkingen in de prestatielijn van de titularis zoals periodes van onbezoldigde afwezigheid al dan niet vergoed door derden (startdatum ziekte buiten gewaarborgd loon, arbeidsongeval, loopbaanonderbreking, tijdskrediet, …), vermindering van uren (afbouw van het arbeidsvolume), … .
      • relevante wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden van het betoelaagde personeelslid (tewerkstellingsbreuk, functie, aard van het contract, …?).
      • elke adreswijziging of wijziging van het bankrekeningnummer van de werkgever.
      • eventuele fouten in het gegevensbeheer of de betalingen verricht door het fonds, zodat de nodige correcties aangebracht kunnen worden.


    5. De werkgever bezorgt de door het fonds gevraagde informatie en/of documenten (bijv. C4, werknemerscontract, tewerkstellingsgegevens, …) m.b.t. de correcte administratieve opvolging van hun dossier binnen de 14 dagen. Indien de info en/of documenten niet op tijd binnen zijn, worden de voorschotten stopgezet totdat het dossier volledig is.

    6. De indieningsdatum van de trimestriële en semestriële prestatiestaten staat vermeld op het document zelf. De trimestriële prestatiestaten worden om de 3 maand opgestuurd, de semestriële prestatiestaat om de 6 maand.

    7. Indien de werkgever aan het fonds ondertekende documenten kan bezorgen via mail (scan) of fax, is het niet meer nodig dezelfde documenten nog eens via de post te bezorgen.